Rb. Rotterdam 15 februari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1183
Aanwijzing aan zorgaanbieder. Voorlopige voorziening. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter duidt onderdeel 1 van de aanwijzing, voor zover daarin als voorwaarde wordt gesteld dat de cliënten na overleg met het zorgkantoor moeten worden overgedragen aan volgens de Inspectie kwalitatief goede zorgaanbieders, tekstueel veeleer op een resultaatsverplichting, die onder de gegeven omstandigheden onuitvoerbaar en te verstrekkend is, dan op een redelijkerwijs uitvoerbare inspanningsverplichting. Tegelijkertijd acht de voorzieningenrechter het voldoende duidelijk dat aanwijzing 1 er tenminste ertoe strekt dat verzoekster de zorg voor alle cliënten zo spoedig mogelijk staakt. Gelet daarop, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om ten aanzien van onderdeel 1 van de aanwijzing een voorlopige voorziening te treffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl