Rb. Rotterdam 18 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10376
Gezag van gewijsde geldt alleen tussen partijen en niet ten opzichte van een advocaat die in een geding een ander vertegenwoordigde of stelde te vertegenwoordigen. Uitgangspunt is dat een advocaat in de rol van procesvertegenwoordiger van zijn cliënt op zijn woord wordt geloofd. Tegen die achtergrond, en tegen de achtergrond van de gemotiveerde en met stukken onderbouwde stellingen van de advocaat, is onvoldoende gesteld om te komen tot de conclusie dat de advocaat géén procesvolmacht had om op te treden.
De uitspraak op rechtspraak.nl