Rb. Rotterdam 15 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9373
Gelet op de toelichting ter zitting acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat verzoekster en haar kinderen niet meer kunnen worden opgevangen in de woning van [a]. Ook is niet gebleken dat er andere personen zijn die verzoekster en haar vier kinderen daadwerkelijk zullen gaan opvangen. Verweerder heeft dit ook niet onderzocht. Daargelaten of het verzoekster kan worden tegengeworpen dat zij met haar kinderen onvoorbereid uit Engeland is vertrokken, maakt dit niet dat zij zich op dit moment op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit haar sociale netwerk kan handhaven in de samenleving. Ook op grond hiervan kan daarom niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor opvang op basis van de Wmo 2015. 9. Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat de minderjarige kinderen van verzoekster, die verzoekster verzorgt, vanwege hun leeftijden behoren tot de categorie van kwetsbare personen in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
De uitspraak op rechtspraak.nl