Rb. Rotterdam 18 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9219

Ontvankelijkheid in de zin van art. 3:305a lid 2 BW. Er bestaat onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de belangen van de personen ten behoeve van wie de rechtsvordering is ingesteld onvoldoende gewaarborgd zijn. De belangen van deze personen lopen in ieder geval in dit stadium parallel aan de belangen van de personen achter de Stichting. Dat neemt niet weg dat in een later stadium van deze procedure of van vervolgprocedures alsnog geoordeeld zal kunnen worden dat voormelde belangen zodanig uiteen lopen, dat, gelet op de (huidige) governance van de Stichting, de belangen van de polishouders onvoldoende gewaarborgd zijn. Voor de huidige ontvankelijkheid van de Stichting in deze procedure is dat echter, gelet op de vorderingen in de hoofdzaak, niet relevant.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen