Rb. Rotterdam 8 oktober 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:8415
Veroordeling van de vrouwelijke verdachte voor het deelnemen aan de terroristische organisatie IS (art. 140a Sr). De verdachte heeft zich in de bewezenverklaarde periode in Syrië en Irak aangesloten bij de verboden organisatie IS, door naar het gebied van het kalifaat te gaan, door een eed van trouw af te leggen, door het aannemen van een financiële vergoeding, door te huwen met een man waarvan zij wist dat hij lid was van IS, door positieve tweets over het leven onder IS te sturen en door een vuurwapen voorhanden te hebben. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank in matigende zin rekening gehouden met de ziekte van de verdachte, met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde haar slechts in verminderde mate toegerekend kan worden, het feit dat de verdachte gedurende de lange periode van de schorsing van de voorlopige hechtenis onderworpen was aan streng toezicht en met het feit dat de verdachte gedurende het onderzoek openheid van zaken heeft gegeven en dat zij verantwoordelijkheid neemt voor haar daden. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 11 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden.
De uitspraak op rechtspraak.nl