Rb. Rotterdam 8 augustus 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7295

Schadevaring. Schuld van het schip. Art. 8:1004 BW. Art. 1.04 BPR (Binnenvaartpolitiereglement). De Waard, eigenaar van een bedrijfsgebouw en daaraan grenzende kade in de Sethehaven te Meppel, vordert schadevergoeding van de eigenaar van het binnenvaartmotorvrachtschip “Amaranthus” wegens het instorten van een deel van deze kade. Toen de “Amaranthus” zich op 7 november 2016 op een korte afstand bevond van de kade van De Waard heeft zij gedurende zes à negen minuten (tijdens beladingswerkzaamheden) continu met haar schroef gedraaid in de stand ‘stationair vooruit’, met waterverplaatsingen als gevolg. Het is een feit van algemene bekendheid dat zich in vaarwateren en havens kuilen in de bodem kunnen vormen door schroefwerking van schepen en dat als gevolg daarvan het zand onder de damwand kan worden weggezogen. De verzakking is in deze periode ontstaan (gelijktijdigheid). De schroefdraaiingen zijn dus beslissend geweest voor het ontstaan van de verzakking. Integrale toewijzing van de schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken