Rb. Rotterdam 27 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6716

Wrakingsverzoek afgewezen met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek in deze procedures niet in behandeling wordt genomen. Gangbare uitleg van de wettelijke wrakingsregeling en het wrakingsprotocol; wrakingskamer van deze rechtbank exclusief bevoegd het verzoek te beoordelen. Grote vrijheid van de rechter als het gaat om de wijze waarop wordt beslist op verzoeken van procedurele aard. Van die vrijheid heeft de rechter in deze zaak gebruik gemaakt en daarmee heeft de rechter op geen enkele wijze de schijn van partijdigheid over zich afgeroepen. Naar vaste jurisprudentie kan hetgeen een rechter in eerdere zaken heeft beslist in het algemeen niet de schijn van partijdigheid opwekken en de wrakingskamer ziet in deze zaak geen reden daar anders over te oordelen. Met de wijze waarop verzoeker dit verzoek heeft ingekleed en onderbouwd, maakt hij lichtvaardig gebruik van de wrakingsprocedure. Mede gelet op de vergelijkbare wijze waarop verzoeker in het verleden eerdere verzoeken tot wraking, veelal als reactie op hem onwelgevallig procesbeslissingen, heeft ingekleed, welke verzoeken telkens zijn afgewezen, is de wrakingskamer van oordeel dat verzoeker misbruik maakt van het wrakingsrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen