Rb. Rotterdam 1 augustus 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6323
De rechtbank stelt vast dat hoger beroep bij de Afdeling niet van rechtswege schorsende werking heeft. Slechts een door de voorzieningenrechter van de Afdeling toegewezen verzoek om een voorlopige voorziening kan in hoger beroep tot schorsende werking leiden. Anders dan eiser betoogt, volgt uit het Gnandi-arrest ook niet dat hoger beroep wel van rechtswege schorsende werking dient te hebben. Uit rechtsoverwegingen 57 en 58 van het Gnandi-arrest volgt immers dat een doeltreffend beroep met van rechtswege schorsende werking bij ten minste één rechterlijke instantie moet worden verzekerd. De verwijzing van eiser naar de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350), maakt het voorgaande niet anders. Hoewel uit deze uitspraak kan worden afgeleid dat de voorzieningenrechter van de Afdeling meer dan voorheen aanleiding zal zien een voorlopige voorziening te treffen zodat een vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist, maakt dit nog niet dat hiermee sprake is van rechtstreeks schorsende werking. Nu uit artikel 82, eerste lid van de Vw volgt dat de rechtsgevolgen van de afwijzende asielbeschikking van 13 oktober 2017 van rechtswege waren opgeschort tot op het beroep was beslist, is in dit geval voldaan aan de maatstaf zoals die volgt uit het Gnandi-arrest, namelijk een doeltreffend beroep met van rechtswege schorsende werking bij ten minste één rechterlijke instantie.
De uitspraak op rechtspraak.nl