Rb. Rotterdam 29 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5644

Verzoek om schadevergoeding. De rechtbank is kennelijk onbevoegd want er is geen schadeveroorzakend besluit. Voor zover verzoekster stelt dat zij schade lijdt doordat verweerder na de erkenning van de foutieve opmerking heeft verzuimd haar bijstandsdossier te verschonen van het stuk dat de foutieve opmerking bevat, dit ondanks sommeringen harerzijds, ligt er echter geen aanwijsbaar schadeveroorzakend besluit voor. De bestuursrechter overweegt voorts het volgende met betrekking tot de verzoeken om schadevergoeding. Omdat in het kader van aanvragen en besluiten op grond van de Wbp de Afdeling bestuursrechterspraak van de Raad van State in hoogste aanleg oordeelt, geldt gelet op artikel 8:89, tweede lid, van de Awb, als bovengrens van de bevoegdheid van de bestuursrechter dat de gevraagde vergoeding ten hoogste € 25.000 bedraagt. Gelet op de door verzoekster gevorderde bedragen is de bestuursrechter klaarblijkelijk niet bevoegd kennis te nemen van die verzoeken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken