Rb. Rotterdam 1 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4052
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De rechtbank acht de wijze van onderzoek en indiceren in dit geval voldoende zorgvuldig en voldoende concreet om te kunnen vaststellen of met de toegekende maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin eiseres in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. Door te indiceren in resultaatgebieden en het leveringsplan onderdeel uit te laten maken van het bestreden besluit, is voldoende inzicht verschaft in de vraag op welke concrete wijze invulling wordt gegeven aan het bereiken van de resultaten en hoe met de te behalen resultaten een als compensatie te kwalificeren resultaat van de huishoudelijke verzorging kan worden verkregen. Dat de te besteden tijd (per activiteit) niet wordt vermeld, doet hier niet aan af.
De uitspraak op rechtspraak.nl