Rb. Rotterdam 16 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3826
Vernietiging arbitrale vonnissen op de grond dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt. Artikel 1065 lid 1 onder a Rv (oud). Opdracht tot het controleren van lashing and securing van aan dek geplaatste lading gegeven door tussenpersoon. Op deze overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing waarin een arbitraal beding is vervat. Is de bevrachter (gedaagde in de arbitrage) partij bij deze overeenkomst en arbitrageovereenkomst? Is de tussenpersoon opgetreden als vertegenwoordiger van de bevrachter? Aanbod en aanvaarding, wil en vertrouwen, Kribbebijter-arrest, schijn van vertegenwoordigingsbevoegheid. Rechtbank concludeert dat de bevrachter (gedaagde in de arbitrage) niet rechtstreeks en evenmin via de tussenpersoon als vertegenwoordiger of pseudovertegenwoordiger met de opdrachtnemer (de eiser in de arbitrage) een overeenkomst heeft gesloten. Nu het arbitraal beding deel uitmaakte van de overeenkomst van opdracht, ontbreekt dus ook een geldige overeenkomst tot arbitrage.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1049 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1064 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1065 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:217 BW6
- Artikel 3:33 BW3
- Artikel 3:35 BW3
- Artikel 3:60 BW3
- Artikel 3:61 BW3
- Artikel 3:66 BW3