Rb. Rotterdam 9 mei 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3726

Overeenkomst van geldlening tussen ouders en dochter. Vordering tot betaling van het gehele restantbedrag ineens wordt afgewezen want geen opeisbaarheid op grond van de overeenkomst en geen sprake van ontbinding van de overeenkomst. De rechtbank bepaalt een termijn voor terugbetaling op de voet van artikel 7A:1798 BW. Ouders gehouden tot afgesproken maandelijkse schenking aan dochter die ziet op 60% van de verschuldigde rente over de lening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen