Rb. Rotterdam 19 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:348
Naar vaste rechtspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank (onder meer de uitspraak van 22 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN2496) is de beslissing op een verzoek om een voorlopige voorziening tijdens de bezwaarprocedure in beginsel bedoeld om te gelden totdat op het bezwaar is beslist en – wanneer vervolgens beroep wordt ingesteld – de rechtbank op dat beroep heeft beslist. Als hangende dat bezwaar of beroep opnieuw om een voorlopige voorziening wordt verzocht, terwijl verweerders standpunt ongewijzigd is gebleven, is er in beginsel geen aanleiding het eerder gegeven voorlopig oordeel over de uitkomst van de bodemprocedure opnieuw te bezien. Dit leidt slechts uitzondering als er sprake is van ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter dan wel van een belangrijke wijziging van de relevante feiten en omstandigheden (vergelijk CRvB 5 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5481).
De uitspraak op rechtspraak.nl