Rb. Rotterdam 28 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3238
Eiser baseert de vordering op de stelling dat partijen nimmer hebben beoogd zijn toenmalige vriendin eigenaar te maken van de woning. Het betrof slechts een schijnconstructie om te voorkomen dat op de woning beslag gelegd zou kunnen worden door de ex-echtgenote van eiser. Nu de “zeer innige en langdurige” relatie tussen partijen tot een einde is gekomen, is het volgens eiser tijd om de goederenrechtelijke situatie weer in overeenstemming te brengen met de tussen partijen geldende verbintenisrechtelijke situatie. Eiser verwijst daartoe naar ECLI:NL:GHARL:2015:8851. De rechtbank wijst de vordering af. Zij stelt voorop dat partijen met de notariële akte en inschrijving daarvan te kennen hebben gegeven dat de (voormalige) vriendin van eiser sindsdien eigenaar van de woning is. Uiteraard is uiteindelijk tussen hen doorslaggevend wat zij daaromtrent met elkaar hebben afgesproken. De enkele omstandigheid dat eiser de woning aan beslag door zijn ex-echtgenote wilde onttrekken, brengt niet, althans niet automatisch, mee dat zijn vriendin heeft moeten begrijpen dat eiser niet wilde dat zij eigenaar van de woning werd en zij dus gehouden was de woning aan hem terug over te dragen indien hij dat wilde. Dat zij de koopprijs niet feitelijk hoefde te betalen kan in het licht van de omstandigheid dat eiser ook aan een andere woning van de vriendin had meebetaald - overigens wel in de vorm van een lening maar zonder ooit terugbetaling te verlangen - door zijn vriendin zeer wel zijn begrepen in die zin dat hij haar met een en ander verzorgd achter heeft willen laten. Dit klemt temeer daar hij de woning niet heeft teruggevorderd toen de dreiging van het beslag was geweken. Eiser geeft weliswaar niet aan wanneer dat was maar dat die dreiging ruim 25 jaar duurde is hoogst onaannemelijk. Dat het de bedoeling was dat de woning op enig moment weer terug op naam van eiser zou worden gesteld laat zich bovendien niet goed rijmen met de mededeling van eiser ter comparitie dat hij (met de hier gekozen constructie zijn kinderen in feite niet onterfde omdat hij) er altijd vanuit is gegaan dat zij dit na zijn overlijden met zijn kinderen in orde zou maken. Aldus is onvoldoende aangevoerd om de conclusie te rechtvaardigen dat de vriendin er niet gerechtvaardigd op heeft kunnen vertrouwen dat eiser indertijd de eigendom van de woning aan haar wenste over te dragen. Zo dit al op een misverstand berust, heeft eiser met deze door hem gekozen constructie in deze langdurige affectieve relatie onder de hier omschreven omstandigheden inmiddels het, door hem kennelijk niet eerder dan in 2015 aan de orde gestelde, terugvorderingsrecht verwerkt. Anders gezegd, de uitoefening van een terugvorderingsrecht is in de onderhavige omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl