Rb. Rotterdam 12 april 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2908
Anders dan verweerder ziet de voorzieningenrechter wel enig spoedeisend belang gelegen in het verzoek tot schorsing van de last. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in dit verband niet maatgevend dat slechts een beperkt financieel belang in het geding is. De last brengt namelijk wel degelijk onomkeerbare gevolgen met zich indien verzoekster die zou opvolgen, omdat de ongewilde verstrekking van gegevens niet meer teruggedraaid kan worden. Daarnaast kan niet opvolging van de last onomkeerbare gevolgen hebben in de vorm van verbeurde dwangsommen, indien de last in rechte stand zou houden. Omdat verzoekster voor het einde van de begunstigingstermijn een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend, dient zij, zonder te voldoen aan de last en zonder tussentijds dwangsommen te verbeuren, in staat te worden gesteld een voorlopig rechtmatigheidsoordeel van de voorzieningenrechter te verkrijgen over de aan de last ten grondslag liggende en door verzoekster betwiste inlichtingenvordering. In dit verband is niet zonder belang dat de schriftelijke inlichtingenvordering geen besluit oplevert, maar dat de rechtmatigheid van de inlichtingenvordering wordt betrokken bij de beoordeling van de in deze procedure ter discussie staande last onder dwangsom (CBb 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:3). Uit het verhandelde ter zitting volgt dat verweerder niet langer de volledige informatievordering handhaaft, maar uitsluitend nog de NAW-gegevens wenst te ontvangen van alle afnemers van de repeaters die verzoekster heeft verkocht. Volgens verzoeksters bestuurder zou het hem zes weken werk kosten om de kast met facturen in de avonduren na te lopen om een volledige lijst op te stellen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter vormt de gevorderde lijst wilsonafhankelijk materiaal, omdat het gaat om een samenstelling van bestaande gegevens waarover verzoekster beschikt en die los van haar wil bestaan. Daaruit volgt dat verweerder niet gehouden was om, met inachtneming van de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 10 januari 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:3), uiterlijk ten tijde van de lastoplegging mede te delen dat de verplichting om de inlichtingen te verstrekken geldt met de restrictie dat het verstrekte materiaal uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de uitoefening van het toezicht op de naleving van de Tw en dus niet zal worden gebruikt voor een eventuele strafoplegging of boeteoplegging. Voor het onder dwang afdwingen van wilsonafhankelijk materiaal, waarvan het bestaan niet onzeker is, geldt deze restrictie namelijk niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl