Rb. Rotterdam 9 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1828

Verzoek tot wraking van rechters van de wrakingskamer door die rechters zelf afgedaan vanwege kennelijke niet-ontvankelijkheid. Wrakingsverzoek in twee (van de 18) bestuursrechtelijke procedures afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat de wrakingskamer in deze procedures reeds had bepaald dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. Wrakingsverzoek jegens mr. Braam en mr. Van Strien afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, omdat zij niet belast zijn of belast zijn geweest met de behandeling van de zaken van verzoeker. Verzoeker niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking van mr. Rop, nu het verzoek niet is gedaan zodra de feiten en omstandigheden, waarop de wraking is gegrond, aan verzoeker bekend zijn geworden. Bepaling dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze procedures niet in behandeling wordt genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen