Rb. Rotterdam 24 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1038
Art. 21 Rv. Niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van (onder meer) voormalig managers van containeroverslagbedrijf wegens het versturen en laten betalen van facturen waar geen enkele of een prestatie die niets met de bedrijfsvoering van doen had tegenover stond. Omvang schade. Moet de vergoedingsplicht worden gematigd of verminderd op grond van eigen schuld als bedoeld in art. 6:101 lid 1 BW? Aan gedaagden wordt in dat kader bewijs opgedragen. De vordering tegen de ex-echtgenote van een van de voormalig managers wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 126 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 382 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 30 Sv
- Artikel 1:102 BW1
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:166 BW6