Rb. Rotterdam 6 december 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9686
Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2017:7111; Bevoegdheidsincident; Europees Betalingsbevel (EBB); Beoordeling of de borgstellingsovereenkomsten die aan de vordering in de hoofdzaak ten grondslag liggen zijn gesloten door een consument voor een gebruik dat als niet-bedrijfsmatig of niet-beroepsmatig kan worden beschouwd in de zin van de EBB-Vo. Het begrip ‘consumentenovereenkomst’ in de zin van de EBB-Vo is ruimer dan het begrip ‘consument’ in de zin van EEX II-Vo (Brussel Ibis-Vo), maar bij de uitleg van de term ‘niet-bedrijfsmatig of beroepsmatig’ in de zin van de EBB-Vo moet wel rekening worden gehouden met de jurisprudentie van het Hof van Justitie over het begrip ‘consument’. De rechtbank oordeelt dat de borgstellingsovereenkomsten die aan de vordering in de hoofdzaak ten grondslag liggen niet als ‘consumentenovereenkomst’ kunnen worden aangemerkt. De bevoegdheid van de rechtbank moet daarom worden bepaald aan de hand van EEX II-Vo.
De uitspraak op rechtspraak.nl