Rb. Rotterdam 1 februari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:929
Werkzaamheden in de offshore van diverse partijen, waaronder Kvaerner en Saipem. Kvaerner c.s. gronden hun vordering op een overeenkomst waarbij Saipem zich heeft verbonden tot bewaarneming en vervoer van materieel van Kvaerner. Niet in geschil is dat Saipem zich jegens Kvaerner heeft verbonden tot het vervoer van het materieel van Rotterdam naar Verdal (Noorwegen). Kvaerner c.s. houden Saipem aansprakelijk uit hoofde van bewaarneming voor de vernietiging (verschroting) door het door Saipem ingeschakelde bedrijf STC Repairs van vier onderdelen van het materieel, twee strand jack supports en twee pull rods. Saipem betwist onder meer dat zij met Kvaerner naast vervoer ook bewaarneming van deze onderdelen is overeengekomen. Uit (e-mail)correspondentie tussen Kvaerner en Saipem voorafgaande aan de aanvang van de werkzaamheden van STC Repairs kan geen wil worden afgeleid van Saipem om het materieel onder haar hoede te nemen. De overeenkomst tussen Kvaerner en Saipem kan dus niet worden gekwalificeerd als bewaarneming. Bij de beoordeling van de vraag of Kvaerner en Saipem naast vervoerverplichtingen nog andere verplichtingen van Saipem zijn overeengekomen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars gedragingen en verklaringen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Kvaerner mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Saipem erop zou toezien dat de twee strand jack supports en de twee pull rods behouden zouden worden en dus niet vernietigd zouden worden door STC Repairs. Aangezien deze vier onderdelen niet behouden zijn maar vernietigd door STC Repairs, is Saipem dan ook toerekenbaar tekort geschoten in haar verbintenis jegens Kvaerner erop toe te zien dat deze onderdelen bij de demobilisatie behouden zouden worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl