Rb. Rotterdam 16 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8801

Aan een door de producent van een type spoorvoertuig aangevraagde vergunning voor indienststelling, zijn door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de door de aanvrager voorgestelde voorwaarden verbonden. Een van de houders van spoorvoertuigen van dat type, komt op tegen een van die voorwaarden. Die voorwaarde houdt, kort gezegd, in dat de vergunning vervalt als de planning van de uitrol van het spoorbeveiligingssysteem ERTMS wijzigt en er na die wijziging niet binnen zes maanden overeenstemming is tussen de producent en de Inspectie Leefomgeving en Transport over bepaalde geconstateerde tekortkomingen in het ERTMS-systeem dat in de trein is ingebouwd. Omdat inmiddels is gebleken dat de uitrol van ERTMS zeker niet vóór het einde van de looptijd van de vergunning zal beginnen en de geconstateerde tekortkomingen dan naar verwachting al zijn opgelost, dient de voorwaarde geen enkel doel maar roept zij wel rechtsonzekerheid in het leven. De staatssecretaris heeft die voorwaarde daarom ten onrechte gehandhaafd. De rechtbank herroept de voorwaarde en laat de vergunning voor het overige in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen