Rb. Rotterdam 4 juli 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:7033

Wrakingsverzoek afgewezen. Samenwerking tussen rechter-commissaris en curator in faillissement. Verzoek van verzoekers tot ontslag van de curator door rechter-commissaris terecht beschouwd als een verzoek ex artikel 73 Fw en doorgeleid aan de rechtbank. Dat de rechter-commissaris vervolgens niet meer is ingegaan op de in dat verzoek neergelegde (verdere) klachten van verzoekers jegens de curator is niet onbegrijpelijk De rechter-commissaris is voornemens ter zitting van de rechtbank, waar dat verzoek behandeld zal gaan worden, de rechtbank te adviseren dat verzoek af te wijzen. Een dergelijk advies betreft een zakelijk en juridisch advies, gegeven op grond van de bevindingen van de rechter-commissaris in de loop van het faillissement. Verzoek mist feitelijke grondslag ten aanzien van de stelling van verzoekers dat de rechter-commissaris niet heeft beslist op hun verzoek tot het ongedaan maken van de door de curator - met machtiging van de rechter-commissaris - verrichte opzegging van de huurovereenkomst van de woonruimte van verzoekers. Dat de rechter-commissaris geen of onvoldoende oog heeft gehad voor de veiligheid van verzoekers, is niet komen vast te staan of voldoende aannemelijk geworden. Misslagen in de correspondentie vanuit de rechtbank met verzoekers zijn door de rechter-commissaris verklaard en toegelicht en vormen geen aanwijzing voor partijdigheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen