Rb. Rotterdam 22 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4661
Eiseres is opgekomen tegen het besluit tot besloten tot verlengbaarheid van de vergunningen voor de kavels C01, C02, C06, C10 en C12 voor commerciële radio-omroepen voor de AM-band, omdat haar kavels van verlengbaarheid zijn uitgesloten. Eiseres heeft procesbelang gehouden. Dat eiseres niet binnen de geboden termijn een aanvraag heeft gedaan voor de verlenging van haar vergunningen kan haar niet worden tegengeworpen, omdat bij tijdige indiening de aanvraag eveneens zou zijn afgewezen, omdat de kavels van eiseres met het bestreden besluit van verlengbaarheid zijn uitgesloten. Uit pakket 2016-4 (wijziging NFP) volgt dat eiseres vanaf 1 september 2017 geen houder is van een vergunning voor digitale omroep. Het rechtsmiddel tegen het bestreden besluit is daarom eveneens gericht tegen pakket 2016-4. Omdat verweerder onvoldoende weersproken heeft dat de dga in staat is om de voor de door haar berekende exploitatiekosten van de kavels benodigde gelden te storten, althans ten minste ten aanzien van één van deze kavels, staat de slechte financiële situatie van eiseres evenmin in de weg aan het aannemen van procesbelang. Gelet op verweerders beoordelings- en beleidsvrijheid en zijn keuze om de vergunningen verlengbaar te achten op de grond van artikel 18, tweede lid, aanhef en onder b, van het Frequentiebesluit 2013, valt naar het oordeel van de rechtbank niet in te zien dat verweerder de digitaliseringsplannen van de vergunninghouders niet in redelijkheid op hun robuustheid heeft kunnen laten beoordelen door Kwink. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voorts in redelijkheid af mogen gaan op de negatieve advisering van Kwink.
De uitspraak op rechtspraak.nl