Rb. Rotterdam 26 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3349
Gemeente vordert bij de civiele rechter in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging van een besluit van een stichting in het openbaar onderwijs tot sluiting van een nevenvestiging of school. De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 Awb dat is genomen door een stichting met bevoegd gezag. Ook waar de vordering ziet op het handelen van de Stichting (en de bestuurder) ziet dit materieel op het besluit waartegen bezwaar en beroep open staat. De Gemeente is niet-ontvankelijk in haar vordering. Voor zover de Gemeente de bestuurder van de stichting in persoon heeft gedagvaard geldt dat zij onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd waarom zij in persoon is gedagvaard. De vordering wordt afgewezen, met veroordeling van de Gemeente in de werkelijke proceskosten wegens misbruik van procesrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl