Rb. Rotterdam 12 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2713

Geen sprake van ne bis in idem; officier van justitie ontvankelijk. Vrijspraak voor deelneming aan een terroristische organisatie. De kern van het beschikbare bewijsmateriaal wordt gevormd door een ambtsbericht van de AIVD, inhoudende dat in een bestand op een harde schijf, welk bestand wordt toegeschreven aan IS, een formulier is aangetroffen met daarop personalia die bezwaarlijk van iemand anders kunnen zijn dan van de verdachte. Op die harde schijf zijn nog zeven andere formulieren aangetroffen met daarop personalia van personen die uit Nederland zouden komen. De officier van justitie heeft gesteld dat van tenminste drie andere op die formulieren genoemde personen binnen Nederland bekend is dat zij Syriëgangers zijn. Maar de bron waarnaar de officier van justitie verwijst, is een krantenartikel. Een krantenartikel waaruit op geen enkele wijze blijkt dat de oorspronkelijke bron is geraadpleegd, laat staan geverifieerd, is naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als een bewijsmiddel. Van bevestiging van de gegevens uit het ambtsbericht in ander bewijsmateriaal is geen sprake. De overige door de officier van justitie genoemde omstandigheden zijn buitengewoon verdacht, maar dat is precies wat het is: verdacht. Bewijs levert het niet op, ook niet in zaken over terroristische misdrijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen