Rb. Rotterdam 21 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2054

Afwijzen aanvraag tegemoetkoming meerkosten zorg vanwege inkomen boven 130% van het sociaal minimum. Met de inwerkingtreding van de Wmo 2015 heeft de wetgever de bevoegdheid om een regeling te treffen in geval van meerkosten als gevolg van een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen overgedragen aan de gemeentes. Bij het tot stand brengen van een dergelijke regeling bestaat er geen grond dat hetzelfde toetsingsinkomen gehanteerd moet worden als de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten tot 2015 hanteerde. In de Verordening heeft de gemeenteraad bepaald dat het ontvangen inkomen niet hoger mag zijn dan 130% van het wettelijk sociaal minimum. Gelet op deze formulering en de wijze waarop aan de tegemoetkoming verder vorm is gegeven, is ervoor gekozen om niet het jaarinkomen waarover inkomstenbelasting verschuldigd is, maar het bruto inkomen dat feitelijk is ontvangen als uitgangpunt te nemen. Uit de door eiseres overgelegde Verklaring geregistreerd inkomen blijkt dat in haar geval het verzamelinkomen is geregistreerd. Nu daarbij ook rekening is gehouden met aftrekposten, zodat dit niet alleen betrekking heeft op ontvangen inkomsten, is verweerder terecht uitgegaan van het fiscaal loon uit de door eiseres overgelegde jaaropgave in plaats van het verzamelinkomen uit de Verklaring geregistreerd inkomen 2014 van de Belastingdienst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen