Rb. Rotterdam 22 februari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:1499

Beroep op artikel 10:46 BW naar aanleiding van beroep Turks huwelijksvermogensrecht. Schuldeiser spreekt ex-echtgenote aan tot verhaal van een tijdens het huwelijk aangegane schuld van (in ieder geval) de man. De vrouw doet een beroep op Turks huwelijksvermogensrecht. De crediteur stelt met een beroep op artikel 10:46 BW dat hem verhaal toekomt alsof tussen de echtelieden naar Nederlands recht algehele gemeenschap van goederen bestond. Artikel 10:46 BW geldt slechts voor het huwelijksvermogensregime van echtgenoten die na 1 september 1992 in het huwelijk zijn getreden, terwijl het huwelijk van de man en de vrouw werd gesloten op 25 augustus 1992. Ook de eerder geldende Wet Conflictenrecht Huwelijksvermogensregime (WCH), waarvan artikel 5 gelijkluidend was aan het huidige artikel 10:46 BW, gold, gelet op haar tijdstip van inwerkingtreding, niet voor huwelijken gesloten vóór 1 september 1992. In het voor de WCH geldende commune internationaal privaatrecht ontbrak een soortgelijke regel. Dit betekent dat voor 1 september 1992 gehuwde echtgenoten, zoals in dit geval de vrouw, het voor hen geldende buitenlandse huwelijksvermogensrecht in beginsel zonder meer tegen derden mogen inroepen. De crediteur moet het Turks huwelijksvermogensrecht tegen zich laten gelden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen