Rb. Rotterdam 3 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:1280
Internationaal vervoer. Binnenvaart. Reisbevrachtingsovereenkomst tot het vervoer van een lading profielijzer (hierna: de Overeenkomst). CMNI toepasselijk. Van de Overeenkomst maakt de volgende bepaling deel uit: “Lostijd/liggeld: 24 uur / Ned Wet 2011”. Vervrachter/vervoerder (eiseres) en bevrachter (gedaagde) twisten over de reikwijdte van deze als partiële rechtskeuze aan te merken keuze voor het Tijdelijk Besluit laad- en lostijden en overliggeld in de binnenvaart 2011 (hierna: het Besluit). Geoordeeld wordt dat het Besluit niet alleen van toepassing op de omvang van het overliggeld maar tevens op de lossing, waaronder vergoedingen in verband met de lossing. Overliggeld gevorderd in verband met lossing buiten werktijd. Artikel 7 Besluit. De tekst van lid 4 van artikel 7 van het Besluit bevat geen voorwaarde dat voor de verschuldigdheid van overliggeld aan de vervoerder vereist is dat er een buiten de vervoerder om gelegen noodzaak bestond om buiten werktijd te lossen. Dat neemt niet weg dat bij afwezigheid van die noodzaak de vervoerder op eigen initiatief van lid 4 gebruik kan maken om zodoende op meer overliggeld aanspraak te maken dan wanneer lossing binnen werktijd had plaatsgevonden. Een redelijke uitleg van lid 4 van artikel 7 van het Besluit brengt dan ook met zich dat voor de verschuldigdheid van overliggeld aan de vervoerder aan deze voorwaarde moet zijn voldaan. Eiseres heeft niet voldaan aan haar stelplicht dat deze voorwaarde is vervuld. Afwijzing van de vordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl