Rb. Rotterdam 29 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:10330
Wrakingsverzoek afgewezen. Dat de rechter-commissaris - vanwege het opsporingsbelang - ervoor heeft gekozen om het rapport dat betrekking heeft op verzoeker al naar buiten te brengen, betreft een procesbeslissing, die aan de rechter-commissaris is voorbehouden. Dat het onderzoek naar medeverdachten nog niet is afgerond en de andere- wellicht voor verzoeker ontlastende rapporten nog niet zijn verstrekt, maakt deze beslissing niet zodanig onbegrijpelijk dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat het oordeel van de rechter-commissaris alleen kan voortvloeien uit een vooringenomenheid jegens verzoeker, althans dat de bij hem bestaande vrees daarvoor naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is. Het feit dat de verdediging betrokken was bij de formulering van de onderzoeksopdracht aan het IFS, wil niet zeggen dat de verdediging in iedere fase van het onderzoek betrokken dient te blijven. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 26 juli 2017, waarbij de rechter-commissaris verslag heeft gedaan van de afgelopen periode over het contact met de deskundige en in een later stadium ook met de officier van justitie, kan worden afgeleid dat zij transparant te werk is gegaan en ook zeker rekening heeft gehouden met de belangen van verzoeker, te weten met het tijdstip van aanhouding van verzoeker en door ervoor zorgen dat er voldoende materiaal overblijft voor een eventuele contra-expertise.
De uitspraak op rechtspraak.nl