Rb. Rotterdam 14 september 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7438
Zeevervoer onder sea waybill. Bananen. Ladingschade. Cessie. Toepasselijk recht. Art. 14 Rome I-Vo. Assekuradeur (soort Duitse verzekeringstussenpersoon). Vorderingsgerechtigdheid. Passieflegitimatie (wie is vervoerder). Toepasselijk recht. Rome I-Vo. Bewijsvermoeden dat de bananen in vervoersgeschikte staat ten vervoer in ontvangst zijn genomen. Tegenbewijs. Paramount clause. Hague Rules. Gedaagden (vervoerder) doen onder meer een beroep op artikel 4 lid 2 sub m Hague Rules (eigen gebrek). De vraag of het rijpingsproces van de bananen al was gestart is zowel voor de vervoersgeschikheid als voor het beroep op artikel 4 lid 2 sub m Hague Rules van belang. Bewijslast van laatstgenoemde ontheffingsgrond ligt bij de vervoerder. Om proceseconomische redenen zullen overeenkomstig hun bewijsaanbod nu al worden toegelaten tot het leveren van bewijs van hun stelling dat het rijpingsproces van de bananen al was gestart bij aanvang van de reis als gevolg waarvan de bananen warmte produceerden en dat daardoor de geconstateerde schade (geheel of gedeeltelijk) is ontstaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl