Rb. Rotterdam 7 september 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7320
Bestuurders van een inmiddels failliete jobcoachorganisatie vorderen een verklaring voor recht dat door het UWV opgestelde rapporten zonder grondslag zijn, althans onzorgvuldig zijn opgesteld, althans onrechtmatig zijn aangewend. De rapporten leiden tot de conclusie dat de jobcoachorganisatie tot een aanzienlijk bedrag ten onrechte declareerde bij het UWV. Het UWV heeft op basis van die rapporten de erkenning als jobcoachorganisatie ingetrokken en een navordering ingesteld waarop de jobcoachorganisatie failliet is gegaan. De rechtbank is bij de beoordeling voorbijgaan aan de inhoud van (omvangrijke) niet in de processtukken samengevatte producties, waarvan evenmin is aangegeven in hoeverre elke specifieke productie van belang is voor de beoordeling van de zaak. De vordering wordt afgewezen. Onjuist is de stelling dat in het onderzoeksrapport ten aanzien van de urenverantwoording ten onrechte uitgegaan van de sinds 1 juli 2011 geldende vereisten en dat die vereisten voordien niet golden. De jobcoachorganisatie heeft ten onrechte reiskosten en administratiekosten gedeclareerd als jobcoachuren. Het UWV heeft in het onderzoeksrapport terecht verklaringen van de werkgevers en Wajongeren betrokken, dat de jobcoachorganisatie geen administratie bijhield van daadwerkelijk bestede jobcoachuren komt voor haar risico.
De uitspraak op rechtspraak.nl