Rb. Rotterdam 11 augustus 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:6032
verweerder heeft geweigerd om over te gaan tot handhaving tegen een viertal bedrijven die zouden handelen in gebruikte banden wegens de aanwezigheid van tijgermuggen. Verweerde heeft er ter zitting op gewezen dat zijn handhavingsbeleid niet is gericht op het realiseren van een nulvangst van tijgermuggen of larven van tijgermuggen, maar op het indammen van de risico’s voor introductie en verspreiding van exotische muggen. Dit uitgangspunt ligt overigens ook ten grondslag aan de convenanten. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om in het kader van de handhaving van artikel 18, aanhef en onder a, van de Warenwet tot een ruimere risico-inschatting uit te gaan dan verweerder heeft gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl