Rb. Rotterdam 21 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5774

Wijziging art 36 (lid 3) Sr d.d. 31 maart 2011 niet alleen van processuele aard. Door werking bewijsvermoeden sprake van verruiming regelgeving ten nadele van verdachte. Gelet op ontbreken bijzondere overgangsregeling is ingevolge art 1 lid 2 Sr oude bepaling i.c. van toepassing. Aannemelijk dat veroordeelde feitelijk zeggenschap had binnen bedrijf D en dat bedragen aan contante stortingen aan hem zijn toe te rekenen. Aldus sinds 1 januari 2000 € 58.578.135,- gestort en (aldus) wederrechtelijk verkregen voordeel, nu tegenover beredeneerde berekening onvoldoende gemotiveerd verweer is gevoerd. € 5000,- aftrek wegens overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken