Rb. Rotterdam 10 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4329

Betreft een omgevingsvergunning voor een binnenstedelijk watersportgebied. De bebouwing voor en het gebruik van het project dat voorziet in de aanleg van een golfsurfbaan zullen, gelet op de omvang en uitstraling van het vergunde project en de korte afstanden tot kerk en klooster, naar het oordeel van de rechtbank van substantiële negatieve invloed zijn op de beleving en het gebruik van kerk en klooster. Aldus is een vorm van gebruik vergund die bovenmatig afbreuk kan doen aan de rust en ingetogenheid die verbonden zijn aan de kerk en het klooster en die te respecteren aspecten vormen. Het gaat om gebruik dat ook de gebruikelijke bezinning bij uitvaarten zou kunnen verstoren. Ter zitting is besproken dat op voorhand aannemelijk lijkt dat de golfsurfbaan ook toeschouwers zal trekken op de kades. Ook die bij het klooster en de kerk. Aannemelijk is dat die toeschouwers zich niet onbetuigd zullen laten bij het aanmoedigen van of commentaar geven op de surfers. Net als de aanwezigen op het terras dat bij het project hoort. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat in deze opzet de combinatie van het project met de kerk en het klooster voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3, van de Wabo Vanwege het ingrijpende karakter van het project in het gebied moeten hoge eisen worden gesteld aan de goede ruimtelijke onderbouwing. De rechtbank is van oordeel dat daaraan niet wordt voldaan. Daarin is geen aandacht besteed aan de combinatie van het project met het klooster en de kerk. Het gaat hier bovendien om een vanaf de openbare weg (de kade) goed zichtbare voorziening. Het standpunt van verweerder dat het te verwachte geluid van toeschouwers op de kades niet representatief is voor het project en dat dit meer een kwestie van openbare orde zal zijn, overtuigt niet. Het niet onderzoeken (en dus ook niet meenemen in de geluidsrapportages) van het argument over de “bezoekers op de kade die mogelijk lawaai maken: roepen of schreeuwen” verhoudt zich niet goed tot verweerders positieve beschouwingen over het spectaculaire karakter van deze sport(voorziening) in samenhang met de locatie (de kades fungeren als een grote tribune). Dat een dergelijk onderzoek ontbreekt is des te meer relevant omdat op basis van de huidige berekeningen maar net aan het geluidsniveau zou kunnen worden voldaan, op voorwaarde dat iedereen binnen de inrichting goed in de gaten wordt gehouden en er zich geen toeschouwers buiten het terras bevinden. Gelet hierop acht de rechtbank de uitgangspunten van de onderzoeksrapporten niet juist en is zij van oordeel dat verweerder zich hier in het kader van de vereiste goede ruimtelijke onderbouwing in redelijkheid niet op heeft kunnen baseren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken