Rb. Rotterdam 8 januari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:298
Verzet ex artikel 29 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz). De rechtbank oordeelt dat de griffier terecht driemaal griffierecht in rekening heeft gebracht voor het faillissementsverzoekschrift ten aanzien van de vennootschap en haar twee vennoten, nu sprake is van drie afzonderlijke verzoeken. De rechtbank oordeelt hier anders dan de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2015:7347) en acht doorslaggevend dat in dit geval feitelijk sprake is van drie zelfstandige verzoeken.
De uitspraak op rechtspraak.nl