Rb. Rotterdam 30 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2460
Wrakingsverzoek afgewezen. Wet Bopz. Verhoor van betrokkene in diens woning. Protocol van de rechtbank ten behoeve van Bopz-zittingen. Geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid in de omstandigheid dat de rechter doorslaggevende betekenis gaf aan informatie van de instelling en op basis daarvan de beslissing heeft genomen dat de assistentie van politieagenten noodzakelijk werd geacht. Rechter bepaalt orde op zitting, ook als die zitting wordt gehouden op de verblijfplaats van betrokkene, en beslist of en in welke mate beveiliging daarbij noodzakelijk is. In de Wet Bopz is met het oog op het horen van betrokkene geen bevoegdheid tot binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner toegekend aan de rechter. Rechter en agenten zouden derhalve niet zonder toestemming van verzoeker de woning hebben mogen betreden. Rechter had slechts kunnen constateren dat verhoor in de woning, gelet op de ontbrekende toestemming, niet mogelijk is gebleken. Geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid af te leiden uit de beslissing van de rechter zich te laten vergezellen door politieagenten.
De uitspraak op rechtspraak.nl