Rb. Rotterdam 16 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1131
Het verrekenen van wederzijdse vorderingen is een vorm van invordering. Eisers stellen terecht dat verweerder met de verrekeningen in de uitkeringsspecificaties is overgaan tot invordering voordat eisers hadden verzuimd die bijstand terug te betalen binnen een gestelde termijn. Tot aan die uitkeringsspecificaties heeft verweerder immers niet vastgesteld dat eisers verplicht zijn tot betaling van een geldsom onder vermelding van de te betalen geldsom en de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden. Dit betekent dat verweerder met de invordering bij de uitkeringsspecificaties zonder rechtsgeldige titel heeft verrekend, wat in strijd is met de artikelen 4:86, lid 1 en 2, 4:87, lid 1 en 4.97 van de Awb. Omdat eisers door de verrekening onverschuldigd hebben betaald aan verweerder, was verweerder gehouden op grond van de artikelen 4:98 lid 1 en 4:97 lid 1, Awb gelezen in samenhang met artikel 6:199, lid 1, BW, tot het voldoen van die geldsom aan eisers en is hij wettelijke rente verschuldigd over de periode waarin hij dat heeft nagelaten (datum uitkeringsspecificatie tot 6 weken nadat verweerder rechtmatig heeft besloten tot terugvordering).
De uitspraak op rechtspraak.nl