Rb. Rotterdam 11 februari 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:991
Geschil over eigendom onroerende zaak. In 1987 is door erflater een onroerende zaak aan de (inmiddels overleden) vader van eisers gelegateerd. In 2000 is de uiterste wilsbeschikking van erflater met hierin het legaat bij verstekvonnis vervallen verklaard op grond van art. 4:1051 BW (oud), waarna al diens erfgenamen als eigenaar van de onroerende zaak in de kadastrale registers zijn aangetekend. Eisers vorderen een verklaring voor recht dat zij als erfgenamen van hun vader eigenaar zijn van de onroerende zaak. Toewijzing van de vordering op grond van verkrijgende verjaring omdat de vader zich redelijkerwijze als rechthebbende mocht beschouwen en dus te goeder trouw was. Ten overvloede wordt overwogen dat de onroerende zaak ook in eigendom was gekomen van eisers als geen sprake zou zijn geweest van verkrijgende verjaring. Hiertoe wordt overwogen dat er geen sprake is van terugwerkende kracht van het nieuwe versterferfrecht (69 Ow), zodat de erfopvolging wordt bepaald door de artt. 4:899 e.v. BW (oud) en alle erfgenamen (de echtgenote van erflater en hun kinderen) na het vervallen van de uiterste wilsbeschikking voor een deel eigenaar zijn geworden van de onroerende zaak. De echtgenote van erflater heeft een (aan het vervallen legaat gelijkluidend) legaat ten aanzien van de onroerende zaak opgenomen in haar uiterste wilsbeschikking, zodat zij een zaak heeft gelegateerd waartoe zij slechts deels was gerechtigd. Het legaat is desalniettemin geldig, aangezien zij medegerechtigd was in de betreffende zaak. Zodoende is er geen sprake van het legateren van andermans zaak en is art. 4:1013 BW (oud) dus niet toepasselijk. Een legaat dat een deelgenoot maakt met betrekking tot een tot de gemeenschap behorende zaak heeft rechtsgevolg op grond van art. 4:950 BW (oud) (HR 26 november 1993, NJ 1994, 260). Met het overlijden van erflaatster is het legaat - en hiermee een vorderingsrecht ten aanzien van de delen van de onroerende zaak die in eigendom van gedaagden zouden zijn geweest - door de vader van eisers verkregen. Ook indien geen sprake zou zijn geweest van verkrijgende verjaring door de vader van eisers, zou de onroerende zaak daarom thans geheel in eigendom van eisers zijn gekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl