Rb. Rotterdam 23 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9454

Samenvatting: bestuurlijke boete wegens schending informatieverplichting van 4:19, tweede lid, van de Wft, overtreder, matiging vanwege geringe ernst Van schending van de in artikel 4:19, tweede lid, van de Wft bedoelde norm is sprake indien de financiële onderneming bij een gemiddeld geïnformeerde consument een onjuiste verwachting wekt omtrent de aard of de werking van het product, onder meer door het weglaten van een wezenlijk kenmerk van het product. Noch in de wet, noch in de wetsgeschiedenis zijn aanknopingspunten te vinden voor de door eiseres voorgestane uitleg dat voor overtreding van artikel 4:19, tweede lid, van de Wft noodzakelijk is dat een consument zijn economisch gedrag heeft afgestemd op de niet correcte, onduidelijke of misleidende informatie en dat aangesloten zou moeten worden bij de normen in het Burgerlijk Wetboek ter zake van misleidende reclame en de Wet oneerlijke handels-praktijken. De AFM heeft in dit verband terecht gewezen op artikel 4:20 van de Wft, waarin het aangaan van een overeenkomst centraal staat en waarin wel een verband wel wordt gelegd tussen het economisch gedrag van de consument en de niet correcte, onduidelijke of misleidende informatie. In artikel 4:19, tweede lid, van de Wft daarentegen staat de verstrekte informatie als zodanig centraal en is reeds sprake van een overtreding indien de informatie op zichzelf niet correct, onduidelijk of misleidend is. Het betoog van eiseres dat de Google Adwords en de vermelding op de vergelijkingswebsite geen zelfstandige reclame-uitingen zijn, maar dat zij slechts verwijzen naar de website van eiseres waar wel alle informatie over de aard van het spaarplan staat vermeld, faalt. De Google Adwords en de vermelding op vergelijkingswebsite voldoen aan de definitiebepaling van ‘reclame-uiting’ in artikel 1:1 van de Wft. Dat er op een andere plaats aanvullende informatie beschikbaar wordt gesteld, doet er niet aan af dat zij ieder zelfstandig moeten voldoen aan de voorwaarde dat de uiting correct, duidelijk en niet misleidend is. De AFM is terecht tot de conclusie gekomen dat de vermelding op de vergelijkingswebsite aan eiseres kan worden toegerekend, omdat deze binnen haar invloedssfeer heeft plaatsgevonden. Eiseres heeft overeenkomst gesloten met de exploitant van de website, terwijl uit e-mailcorrespondentie blijkt dat de exploitant het akkoord van eiseres heeft gevraagd over de op te nemen tekst. Voldoende aannemelijk is geworden dat eiseres een beslissende invloed kon uitoefenen en ook daadwerkelijk heeft uitgeoefend op de inhoud van de op de vergelijkingswebsite over het spaarplan vermelde informatie. Eiseres heeft niet de zorg betracht die in redelijkheid van haar kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de overtreding en heeft aldus de handelingen van de exploitant van de vergelijkingswebsite aanvaard. De zelfstandige verantwoordelijkheid van een (vergunninghoudende) exploitant van een vergelijkingswebsite sluit de eigen verantwoordelijkheid van eiseres als aanbieder waarvan het product wordt vergeleken niet uit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken