Rb. Rotterdam 27 november 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9109

Internationaal wegvervoer. Vrijwaringszaak. CMR. Vraag of B&F afzender is. CMR-vrachtbrief niet doorslaggevend. Dozen in goede orde in ontvangst genomen, maar niet op het in de CMR-vrachtbrief opgegeven adres afgeleverd. Aquila in beginsel jegens haar contractspartij, Heavyteam, aansprakelijk voor dit gedeeltelijke verlies van de goederen (artikel 17 lid 1 CMR). Beroep Aquila op overmacht (artikel 17 lid 2 CMR) “of andere de vervoerder van haar aansprakelijkheid bevrijdende omstandigheden” slaagt niet, want Aquila heeft dit beroep niet feitelijk onderbouwd. Overigens slaagt een beroep op overmacht alleen wanneer Aquila aantoont dat zij alle in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van een zorgvuldig vervoerder te vergen maatregelen heeft genomen om verlies te voorkomen (HR 17 april 1998, NJ 1998, 602 Brada/Oegema en HR 24 april 2009, NJ 2009, 204 Vos/Philips). Dit is gesteld noch gebleken. De vordering tot betaling aan Heavyteam van al hetgeen waartoe Heavyteam als gedaagde in de hoofdzaak jegens B&F en haar verzekeraars als eiseressen in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, wordt toegewezen. Vordering tot vergoeding van vertaalkosten van de dagvaarding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een juridische grondslag daarvoor.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen