Rb. Rotterdam 5 november 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:7933
Artikel 9.9a lid 1 Wsf 2000 bepaalt dat eerst nadat een eerdere boeteoplegging onherroepelijk is geworden een tweede overtreding van artikel 1.5 Wsf 2000 kan worden beboet naar een tarief van 100%. Het derde lid van artikel 9.9a Wsf 2000 verwijst voor het kunnen beslissen tot verval van de aanspraak op studiefinanciering naar de boete in het eerste lid. Nu uit het bestreden besluit niet blijkt dat er sprake is van een onherroepelijke boeteoplegging en de voorzieningenrechter ambtshalve op de hoogte is van een nog lopend beroep bij de rechtbank tegen een eerder opgelegde boete, moet het er voor gehouden worden dat geen sprake is van een onherroepelijk geworden boete. Dit betekent dat er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter nu geen grondslag is voor een boete van 100% en evenmin voor verval van de aanspraak op studiefinanciering. Omdat het verzoek niet ziet op een eerdere herziening van de uitwonendennorm leidt de schorsing er niet toe dat verzoeker een beurs naar een uitwonendennorm zal ontvangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl