Rb. Rotterdam 19 augustus 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:6179
Overeenkomst van geneeskundige behandeling, waarbij in 2004 metaal-op-metaal (MoM) heupprothesen van Biomet zijn geplaatst. Na pijnklachten en verhoogde waarden voor chroom en kobalt vond in 2013 een revisie-operatie plaats. Arts en ziekenhuis aansprakelijk? Verwijt van niet verdedigbare keuze voor dit type prothesen en beroep op de regeling voor ongeschikte hulpzaken in artikel 6:77 BW. De rechtbank oordeelt dat de arts in 2004 niet wist of behoorde te weten van de gestelde risico's in verband met chroom- en kobalt-ionen bij het gebruik van MoM-prothesen. Bij de toepassing van artikel 6:77 BW dient acht te worden geslagen op de relevante omstandigheden van het geval. Uitgangspunt in deze procedure is dat sprake is van een voor deskundige gebruikers in 2004 redelijkerwijs niet te onderkennen gebrek. Invloed van de mogelijkheid van verhaal op de producent? Invloed van verzekering van de schade? Beroep op het arrest van 25 november 2014 van het Hof Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2014:4936). Eindconclusie: in dit geval is het niet redelijk de gestelde tekortkoming de arts toe te rekenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl