Rb. Rotterdam 27 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5419
In rechte onaantastbaar geworden besluit tot oplegging van het alcoholslotprogramma. Ongeldigverklaring rijbewijs na vierde foutieve hertest. Belangenafweging. Tussenuitspraak. In haar uitspraak van 4 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:622) neemt de Afdeling als uitgangspunt, dat relevante omstandigheden ertoe kunnen leiden dat uniforme toepassing van de maatregel van het asp in de praktijk leidt tot ongelijkheid en willekeur, omdat relevante omstandigheden ertoe leiden dat uniforme toepassing van de maatregel van het ASP voor de een veel ernstiger gevolgen heeft dan voor de ander. Voor de uitvoering van het in rechte onaantastbaar geworden besluit tot oplegging van het asp aan eiseres volgt daaruit, mede gelet op het tijdsverloop sedert dat besluit, dat verweerder, met buitentoepassinglating in zoverre van artikel 20, eerste lid, van de Regeling in samenhang met artikel 132, eerste en tweede lid, van de WVW 1994, had moeten bezien of het bestreden besluit voor eiseres onevenredige gevolgen heeft. Bij die afweging zijn ook omstandigheden van belang als door eiseres gesteld met betrekking tot de foutieve hertest van 10 maart 2014. Strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Om het gebrek te herstellen moet verweerder alsnog de belangen als door eiseres gesteld afwegen tegen het algemeen belang dat met het aan eiseres opgelegde asp is gediend en het belang van een consistente uitvoering van alle in rechte reeds onaantastbaar geworden besluiten tot oplegging van het asp waarvan de uitvoering nog niet is beëindigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl