Rb. Rotterdam 29 april 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:3306
Curator vordert schadevergoeding van RA (Deloitte) ter zake van een onjuiste inbrengverklaring. De bestuurder van de betrokken rechtspersonen was bekend met de onjuistheid van de inbrengverklaring. Die kennis wordt toegerekend aan de betrokken rechtspersonen. Aan de curator van die rechtspersonen komt geen vordering jegens de RA toe. Aan de curator komt evenmin een Peeters/Gatzen-vordering toe nu (1) door fouten van de RA niet de belangen van de gezamenlijke schuldeisers, maar die van individuele schuldeisers, geschonden zijn en (2) de door individuele schuldeisers geleden schade niet in causaal verband staat met de onjuistheid van de inbrengverklaring. De door een onjuiste inbrengverklaring veroorzaakte schade valt in hoogte niet steeds samen met het verschil tussen de in die verklaring aan de inbreng toegekende waarde en de waarde die daaraan had mogen worden toegekend. Maatstaf bij het begroten van de schade van een door een onrechtmatige daad benadeelde partij is steeds het nadelige verschil tussen de situatie waarin de benadeelde uiteindelijk verkeerde en de situatie waarin hij zou hebben verkeerd indien de fout niet zou zijn gemaakt. Louter de werkelijk als gevolg van het onrechtmatig handelen of nalaten geleden schade komt voor vergoeding in aanmerking.
De uitspraak op rechtspraak.nl