Rb. Rotterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:2026
Weigering toelating tot de maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015. De Verordening Maatschappelijke ondersteuning Rotterdam 2015 of de Regeling maatschappelijke ondersteuning 2015 bevatten geen criteria voor toelating tot de maatschappelijke opvang. Het Indicatieprotocol integrale ondersteuningsarrangementen Wmo van de gemeente Rotterdam geeft wel een beschrijving van de doelgroep voor maatschappelijke opvang, maar de juridische status van dit document is onduidelijk. Gelet hierop is de grondslag voor de weigering om verzoeker toe te laten tot de maatschappelijke opvang niet inzichtelijk. Daarnaast is niet gebleken dat onderzoek is gedaan naar verzoekers situatie, in het bijzonder de zelfredzaamheid. Er is volstaan met een aanmeldingsgesprek, waarvan geen verslaglegging is. De belangenafweging leidt er toe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat verzoeker wordt toegelaten tot de maatschappelijke opvang tot en met zes weken na verzending van de beslissing op zijn bezwaar. Voor toewijzing van het verzoek om eveneens een voorlopige voorziening te treffen inhoudende verstrekking van algemene en bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet ziet de voorzieningenrechter, vanwege het ontbreken van de vereiste connexiteit, geen ruimte nu verweerder op de daartoe strekkende aanvragen, voor zover die al zijn ingediend, nog geen beslissing heeft genomen en daartoe, gelet op de geldende beslistermijnen, ook niet toe was gehouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl