Rb. Rotterdam 24 februari 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:1176

De rechtbank is van oordeel dat de door de gemachtigde van eiser overgelegde machtiging niet voldoet aan de vereisten die de Afdeling in haar uitspraak van 24 december 2014 daaraan stelt, nu deze zo ruim geformuleerd is dat deze als het ware een blanco cheque is, waarmee de gemachtigde alle proceshandelingen in de breedste zin van het woord kan verrichten, ongeacht of de volmachtgever daarvan op de hoogte is. De rechtbank is evenwel van oordeel dat dit gebrek in de machtiging in deze zaak niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep dient te leiden, nu uit de overige stukken in het dossier voldoende volgt dat de gemachtigde bevoegd is eiser in deze zaak te vertegenwoordigen. De rechtbank is van oordeel dat eiser met het versturen van de e-mail van 4 april 2014 niet heeft beoogd in documenten neergelegde informatie te verkrijgen of openbaar te maken, maar dat het doel voor hem slechts is geweest dat hij aanspraak kon maken op een dwangsom bij niet tijdig beslissen en een proceskostenveroordeling in bezwaar en eventueel in (hoger) beroep. Hieruit volgt dat eiser de hem in de Wob toegekende bevoegdheid bewust heeft gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor deze is bedoeld, zodat eiser deze bevoegdheid heeft misbruikt. Beroep niet-ontvankelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken