Rb. Rotterdam 20 november 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9373

In 2013 heeft Ad Venture Radio bij de radiofrequentieveiling een vergunning voor kavel A7 verworven, nadat zij daarvoor als enige een geldig bod had uitgebracht van € 828.819. Ad Venture Radio heeft beroep ingesteld om te bewerkstellingen dat de verplichting tot het betalen van dit bedrag ongedaan wordt gemaakt. Ad Venture Radio kan het voor de verkregen vergunning te betalen bedrag aan de orde kan stellen in het kader van bezwaar en beroep tegen de vergunning. De rechtbank verwerpt verweerders standpunt dat Ad Venture Radio daarvoor rechtsmiddelen had moeten aanwenden tegen het Bekendmakingsbesluit waarbij de ontwerpvergunningen zijn vastgesteld, omdat pas bij het vaststellen van de vergunning toepassing is gegeven aan is toepassing gegeven aan artikel 12 van de Regeling en is het rechtsgevolg ontstaan dat het op grond van dit artikel vast te stellen bedrag verschuldigd is. Exceptieve toetsing van artikel 11 en 12 van de Regeling leidt niet tot onverbindendheid van deze bepalingen. Het bedrag is in overeenstemming met artikel 11 en 12 van de Regeling vastgesteld. De stelling van Sky Radio, Q-Muxic en Radio 538 dat verweerder de vergunning had moeten weigeren wordt verworpen, omdat niet is gebleken dat zich een van de in artikel 3.18 van de Tw limitatief opgesomde weigeringsgronden voordoen. De stelling dat verweerder de vergunning had moeten aanpassen verwerpt de rechtbank ook, omdat op grond van artikel 3.19, derde lid, van de Tw slechts een bestaande vergunning kan worden gewijzigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken