Rb. Rotterdam 10 november 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9128
In de bedrijfspanden van verzoekers zijn van diefstal afkomstige goederen aangetroffen. Voorts is gebleken dat verzoekers niet beschikken over een in- en verkoopregister als bedoeld in artikel 437, eerste lid, onder a, van het WvSr en artikel 2.80 van de APV. Op 16 juli 2014 is verzoekers een termijn gegund tot 22 oktober 2014 om aan de verplichtingen van het in- en verkoopregister te voldoen. Zij zijn pas een paar dagen voor afloop van de termijn begonnen met het registreren van de bedrijfsvoorraad. Verweerder heeft hieruit de conclusie kunnen trekken dat verzoekers onvoldoende bereidheid hebben getoond tot het tegengaan van heling. Sluiting voor de duur van zes maanden is in het belang van de openbare orde. Verzoekers kunnen deze periode benutten om orde op zaken te stellen in hun bedrijfsvoering. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl