Rb. Rotterdam 14 augustus 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:6997

Indien uit een binnen zes weken na de beslissing op bezwaar bij het bestuursorgaan ingediende brief volgt dat de indiener het niet eens is met het besluit op bezwaar, zal gelet op artikel 6:15 lid 2 Awb aanleiding bestaan om die brief als onjuist ingediend bezwaarschrift door te sturen naar de bestuursrechter. Gelet op het in artikel 1 Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten (het Besluit) gedefinieerde begrip horeca-inrichting, dat mede ziet op het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, kan het betoog van eiser niet worden gevolgd. Uit hetgeen de verbalisant heeft geconstateerd volgt immers dat de bedrijfsactiviteiten in de lokaliteit voldoen aan de definitie van horecabedrijf, zodat de verplichting tot het instellen van een rookverbod in de zin van artikel 3 van het Besluit onverkort op eiser van toepassing is. In dit verband merkt de rechtbank op dat het uitsluitend toelaten van leden van de Rokersvereniging [Naam] niet met zich brengt dat niet langer sprake is van een horeca-inrichting en dat de locatie in kwestie daardoor niet wijzigt in een ruimte waar geen inbreuk mag worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 2 lid 1, aanhef en onder a, van het Besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken