Rb. Rotterdam 18 juni 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:6019
In Duitsland gestolen autokraan, in Denemarken opgedoken, door Deense ondernemer aan Nederlandse koper, gedaagde, verkocht en geleverd, bevindt zich in Nederland. Bestolene, althans diens verzekeraar, vorderde aanvankelijk afgifte op grond van eigendom maar heeft haar (primaire) eis nu gewijzigd in een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad wegens de weigering van gedaagde om de kraan af te geven vanaf het moment dat gelegen is vlak vóór de onderhavige procedure, inmiddels ruim zeven jaar geleden, gedurende welke periode de kraan vrijwel waardeloos is geworden. Ter beoordeling van deze vordering dient allereerst aan de hand van het daarop toepasselijke Deense recht te worden bekeken of de Nederlandse koper inderdaad geen eigenaar is geworden. Dit is het geval, zodat genoemde onrechtmatige-daadvordering, de naar Nederlands recht moet worden beoordeeld, slaagt. Dat de kraan, waarop voorafgaande aan deze procedure conservatoir beslag is gelegd door eiseressen, thans niets meer waard is, komt voor rekening van gedaagde.
De uitspraak op rechtspraak.nl