Rb. Rotterdam 11 juni 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:6012
Bij wegtrekken ponton van de oever schuift daarop geplaatste funderingsmachine zijwaarts overboord. Onderaannemer (eigenaar machine) en zijn werkmaterieelverzekeraars spreken hoofdaannemer (in wiens dienst sleepbootpersoneel handelde) aan tot schadevergoeding. Onzekerheid over toedracht ongeval. Dat ponton na vrijtrekken voorzijde scheefviel omdat stuurboordachterzijde nog op bodem vastlag toen, staat wel in condicio sine qua non-verband maar is niet enige zelfstandig werkende oorzaak van het ongeval. Machine gleed immers pas enige minuten later weg, nadat de pontonbemanning de machine en de spudpalen had bewogen. Samenwerkende schadeoorzaken. Verwijten over verkeerde uitvoering onderaannemingsovereenkomst (onvoldoende geschikt en voorbereid werkterrein) falen. Gelet op uitleg van overeenkomst was veiligheid ponton gedurende het verhalen een gedeelde verantwoordelijkheid van partijen en rust geen risicoaansprakelijkheid op de hoofdaannemer. Verslepen ponton is geen vervoerovereenkomst. Niet tijdig geklaagd over eventueel onvoldoende uitbaggeren ter plaatse. Is er verkeerd/te vroeg/te krachtig/onvoldoende zorgvuldig getrokken met de sleepboot? Daarover onvoldoende gesteld. Geen onrechtmatige gevaarzetting, mede gelet op de onvoldoende kenbaarheid van de risico’s in samenhang met de samenwerkende schadeoorzaken. Vorderingen op grond van verkeerde uitvoering onderaannemingsovereenkomst niet toewijsbaar. Hoofdaannemer is wel tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenis om een CAR-verzekering af te sluiten. Uitleg van –in toepasselijke algemene voorwaarden opgenomen- verzekeringsbeding leidt tot conclusie dat onderhavige schade daaronder had moeten worden gedekt. Voor niet-gebondenheid aan dit beding op grond van wils-/vertrouwensleer geen plaats, gelet op op wettelijk systeem snelle toepasselijkheid algemene voorwaarden. Hoofdaannemer aansprakelijk voor schade die uit niet-verzekerd zijn voortvloeit. Is deze schade (vrijwel) nihil, omdat werkmaterieelverzekeraars onder hun polis de schade van onderaannemer (vrijwel volledig) hebben vergoed? Neen. Schade moet worden begroot met inachtneming van de samenloop van verzekeringen (CAR- en werkmaterieelpolissen) die bij deugdelijke nakoming zou hebben bestaan, en alsof beide polissen correct zouden zijn aangesproken en beide vorderingen vervolgens correct zouden zijn afgewikkeld. Het bedrag dat in deze situatie uiteindelijk, gelet op de samenloopbepalingen in de CAR polis en de werkmaterieelpolis, voor rekening van CAR-verzekeraars zou zijn gekomen, met inachtneming van het eigen risico, is de schade die de onderaannemer als gevolg van het schenden van de verzekeringsverplichting heeft geleden. Hoofdaannemer profiteert niet van het toeval dat onderaannemer eigen verzekering had en de betreffende verzekeraars correct hebben afgewikkeld. Werkmaterieelverzekeraars subrogeren in vordering van hun verzekerde op de hoofdaannemer. Voor de toepassing van artikel 7:962 lid 1 BW is niet van belang of deze vordering is gegrond op het veroorzaken van de primaire schade of op het niet zoals overeengekomen doen verzekeren van dit risico.
De uitspraak op rechtspraak.nl